Dutch Pronunciation Guides
Practise these words in complete sentences
Create a free account to hear full Dutch sentences with reference audio, browser voice fallback, and pronunciation feedback. No paid plan is required.
- acht A1
- afhalen A2
- afspraak A2
- alstublieft A1
- altijd A1
- apotheek A2
- appel A1
- auto A1
- badkamer A1
- bedankt A1
- been A2
- beginnen A1
- belastingdienst
- berg A1
- betalen A1
- bezorgen B1
- biertje A1
- bitterbal
- blauw A1
- blij A1
- bloem A1
- bonnetje A2
- boom A1
- boos A1
- borrel
- boterham A1
- broer A1
- brood A1
- bruin A1
- bus A1
- contant A2
- dankjewel A1
- deur A1
- digid B1
- dinsdag A1
- dochter A1
- doei A1
- dokter A2
- donderdag A1
- drie A1
- drinken A1
- duur
- een A1
- eten A1
- fiets A1
- fietspad A1
- file
- geel A1
- geld A1
- gemeente A2
- gesloten A1
- gezellig
- gezond A1
- goedkoop A1
- goochelaar
- gouda A1
- gracht
- gratis A1
- groen A1
- groot A1
- haar A1
- hagelslag
- hallo A1
- hand A1
- hart A1
- hond A1
- hoofd A2
- huis A1
- huisarts A2
- huurtoeslag B1
- ijs A1
- inburgering B1
- ingang A1
- ja A1
- kaas A1
- kat A1
- keuken A1
- kijken A1
- kip A1
- klein A1
- koe A1
- koelkast A1
- koffie A1
- kopen A1
- korting
- koud A1
- kroket A1
- kruispunt A2
- lekker A1
- leuk A1
- lezen A1
- links A1
- lopen A1
- lucht A1
- maan A1
- maandag A1
- markt A1
- meid
- melk A1
- misschien A1
- moe A1
- moeder A1
- mond A1
- mooi A1
- morgen A1
- muis A1
- nee A1
- negen A1
- neus A1
- nieuw A1
- nooit A1
- nu A1
- oma A1
- ontbijt A1
- oog A1
- oor A1
- opa A1
- open A1
- oranje A1
- oud A1
- ov-chipkaart A2
- paard A1
- pakket A1
- pannenkoek A1
- parkeren A1
- paspoort A2
- pinnen A2
- pinpas
- post A1
- praten A1
- proost A1
- raam A1
- rechtdoor A1
- regen A2
- rijbewijs B1
- rivier A1
- rood A1
- rotonde A2
- rug A2
- schaap A1
- schattig A2
- scheveningen
- schiphol
- schrijven A1
- slaapkamer A1
- slapen A1
- sleutel A1
- sluiten A1
- sneeuw A1
- snel A1
- snelweg
- sorry
- statiegeld
- station A1
- ster A1
- stroopwafel
- tandarts A1
- tasje A1
- thee A1
- tien A1
- toilet A1
- tram A1
- trein A1
- twee A1
- ui A1
- uitgang A1
- uur A1
- vader A1
- vandaag A1
- varken A1
- verblijfsvergunning B1
- vier A1
- vijf A1
- vis A1
- voet A1
- vogel A1
- vragen A1
- vrijdag A1
- wachtrij
- warm A1
- water A1
- waterschap B2
- weekend A1
- welkom A1
- wijn A1
- winkel A2
- wit A1
- woensdag A1
- wolk A1
- zaterdag A1
- zee A1
- zes A1
- zeven A1
- ziek A1
- ziekenhuis A2
- zon A2
- zondag A1
- zoon A1
- zus A1
- zwart A1